Gem. Alphen: Nota Seniorenbeleid 2005/ Ouderen proof
Inhoudsopgave
Voorwoord 3
Inleiding 4
1 Doel en beleidskader Seniorennota 5
1.1 Achtergrond en doel………………………………………………………………………………………………………………………. 5
1.2 Uitgangspunten……………………………………………………………………………………………………………………………… 5
1.3 Rol van de senioren……………………………………………………………………………………………………………………….. 6
1.4 Rol van de gemeente……………………………………………………………………………………………………………………… 6
2.1 Senioren, wie zijn dat eigenlijk?……………………………………………………………………………………………………… 7
2.2 Vergrijzing……………………………………………………………………………………………………………………………………… 8
2.3 Maatschappelijke consequenties…………………………………………………………………………………………………… 9
2.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning………………………………………………………………………………………… 11
3 Welzijn, participatie en maatschappelijke dienstverlening 12
3.1 Informatie……………………………………………………………………………………………………………………………………. 12
3.2 Ondersteuning……………………………………………………………………………………………………………………………… 13
4 Zorg 15
4.1 Lokaal gezondheidsbeleid…………………………………………………………………………………………………………… 15
4.2 Intramurale zorg/ Extramurale zorg……………………………………………………………………………………………. 15
4.3 Mantelzorg…………………………………………………………………………………………………………………………………… 17
4.4 Huiselijk geweld…………………………………………………………………………………………………………………………… 18
4.5 Langdurig zieken en gehandicapten……………………………………………………………………………………………. 18
5 Wonen 19
5.1 Woningvoorraad en woontechnologie…………………………………………………………………………………………. 19
5.2 Woonomgeving……………………………………………………………………………………………………………………………. 20
5.3 Veiligheid……………………………………………………………………………………………………………………………………… 21
5.4 Mobiliteit……………………………………………………………………………………………………………………………………… 21
6 MeerjarenWerkplan en financiële dekking 23
6.1 Financiële dekking……………………………………………………………………………………………………………………….. 23
6.2 MeerjarenWerkplan…………………………………………………………………………………………………………………….. 23
Bijlage 1 Overzicht bestaande activiteiten…………………………………………………………………………………………….. 26
Bijlage 2 Project Ouderenproof: procesbeschrijving inspraak senioren…………………………………………………. 29
Bijlage 3 Wettelijk kader, begrippenlijst, en schriftelijke bronnen…………………………………………………………. 30
Voorwoord
Wie anno 2004 beleid wil maken voor ouderen kan niet buiten de doelgroep om. Dat is uitstekend want waar mag je de meeste betrokkenheid verwachten en waar de meeste ervaringsdeskundigheid? De senioren van vandaag staan midden in het leven, hebben tal van ambities, zijn actief en zelfredzaam. De kunst is om die situatie voor elke individuele oudere zo lang mogelijk te laten voortbestaan. Dat vraagt inspanning van iedereen die daarbij is betrokken.
Voor u ligt de nota Seniorenbeleid 2005 van de gemeente Alphen aan den Rijn. Hoewel is geprobeerd zoveel mogelijk rekening te houden met wensen en opvattingen zal dat niet helemaal zijn gelukt. Sommige wensen zijn moeilijk met elkaar verenigbaar. De middelen om beleid uit te voeren zijn beperkt en dat betekent dat je soms op zoek moet naar gemeenschappelijkheid. Dat is niet altijd even gemakkelijk, omdat er nu eenmaal een grote variëteit is aan wensen en behoeften. Dat is ook maar gelukkig, want dat maakt onze samenleving tot een levende en afwisselende wereld. Om tegemoet te komen aan zoveel mogelijk meningen en inspraak hebben wij via het project Ouderenproof zo’n 800 ouderen in meerdere of in mindere mate gesproken over hun mening ten aanzien van ouderenbeleid. Deze intensieve inspraak heeft veel informatie opgeleverd en ons tegelijkertijd veel geleerd over de communicatie tussen mensen en instellingen.
Met een dubbele vergrijzing in het vooruitzicht is het van eminent belang aandacht te besteden aan de positie van senioren en de kwaliteit van leven. De gemeente zal zorg moeten dragen voor een basisaanbod van voorzieningen en zal extra zorg moeten geven aan de sociaal zwakkeren in onze samenleving. Gezamenlijke inspanning van de burgers zelf, instellingen en de gemeente is hiervoor nodig. De bereidheid om die inspanning te leveren is er. Dat plaatst de weg die vóór ons ligt in een kansrijk perspectief.
Ik wil allen danken die zich voor de totstandkoming van deze nota hebben ingezet en daar hun kennis en ervaring voor hebben ingezet. Hun inzet is niet voor niets geweest. Ik ben blij dat zij ook bij de verdere uitwerking van het actieplan betrokken willen zijn. Veel van de acties uit het werkplan zijn teogedacht aan de projectgroep Senioren. Ik hoop dat er veel senioren zullen zijn die hier een bijdrage aan willen leveren. Uiteraard zal ook de gemeente doen wat van een gemeente verwacht mag worden. Ook daar waar het gaat om zaken die geen gemeentelijke taak zijn, zal de gemeente zich zoveel mogelijk inspannen om Alphen aan den Rijn te maken tot een stad die voor ouderen aantrekkelijk is en blijft.
Hub van Wersch,
Wethouder
Inleiding
De Seniorennota “Oud(er) worden aan de Rijn” geeft het beleidskader aan voor oudere mensen in de gemeente Alphen aan den Rijn in de komende jaren. Deze nota is tot stand gekomen in samenspraak met deze oudere mensen of wel senioren en instellingen die werken met en ten behoeve van deze groep. In deze nota worden de termen “ouderen” en “senioren” naast elkaar gebruikt. De nota geeft op hoofdlijnen weer waar de aandacht in 2005 en de periode daarna op gericht zal worden. Gezamenlijk met betrokken partijen zal de uitwerking van dit beleid zijn beslag moeten krijgen. De uitgangspunten in deze nota hebben betrekking op de huidige wet- en regelgeving en op de huidige situatie van inwoners van onze gemeente. Wanneer daartoe aanleiding is zullen verwachtingen, acties en uitgangspunten worden bijgesteld.
Er is niet voor gekozen aparte acties te benoemen voor allochtone inwoners. Daar waar nodig en wenselijk wordt er bij de uitwerking van de nota rekening gehouden met de behoeften en wensen van de verschillende bevolkingsgroepen in Alphen aan den Rijn.
|
De uitwerking van de nota zal worden gevolgd door deelnemers aan het project Ouderenproof en door de relevante organisaties. Hiervoor wordt een projectgroep Senioren ingesteld. In de projectgroep Senioren nemen zitting vertegenwoordigers van de OSO en deelnemers vanuit het project Ouderenproof. Zij zullen ook actief deelnemen aan de uitwerking van het werkplan. Daar de OSO al gesprekspartner is voor de gemeente zal er een koppeling gemaakt worden tussen de OSO en de projectgroep Senioren. |
|
Bij alle voorgenomen acties is niet op voorhand bekend op welke wijze deze vorm moeten krijgen. Ook de financiële dekking is nog niet volledig gevonden. De komende jaren wordt bekeken hoe dit wordt opgelost, hetzij door inzet van extra middelen, hetzij door verschuiving van de beschikbare middelen. Ook beide in combinatie zijn denkbaar.
Opbouw van de nota
Concrete acties op korte en langere termijn staan in Hoofdstuk 6 in de vorm van een meerjarenwerkplan. De hoofdstukken 1 en 2 zijn inleidende hoofdstukken.
Hoofdstukken 3, 4 en 5 beschrijven de diverse thema’s die relevant zijn voor senioren en hun levensomstandigheden. Als basis voor deze hoofdstukken zijn de rapporten gebruikt die de vijf themawerkgroepen van het project Ouderenproof hebben opgesteld en het rapport vanuit de diverse allochtonengroeperingen. In het meerjarenwerkplan komen de aanbevelingen terug die in het project Ouderenproof zijn voorgesteld. Als dat niet het geval is dan is daarvan de reden dat de haalbaarheid en/of wenselijkheid ervan niet is aangetoond. Een andere reden kan zijn dat de aanbeveling niet tot de beïnvloedingsterreinen van de gemeente behoort. Jaarlijks wordt een werkplan gemaakt van de in het meerjaren plan genoemde acties. In 2005 ligt het accent op informatievoorziening, samenwerking tussen zorgaanbieders en diversiteit van het woningaanbod.
In bijlage 1 is een activiteitenoverzicht opgenomen van de activiteiten voor senioren die op het moment van het opstellen van de nota plaatsvinden.
In bijlage 2 zijn de fasen beschreven waaruit het project Ouderenproof heeft bestaan.
Bijlage 3 bevat het wettelijk kader, en een overzicht van de geraadpleegde schriftelijke bronnen en een begrippenlijst.
Als losse bijlagen zijn toegevoegd de stukken die in het kader van het project Ouderenproof zijn ontwikkeld. Dit zijn: de verslagen van de vijf themawerkgroepen, het rapport met betrekking tot allochtone ouderen en het convenant dat is opgesteld ten behoeve van het project Ouderenproof.
1 Doel en beleidskader Seniorennota
In dit hoofdstuk staan de achtergrond, het kader en het doel van deze nota weergegeven. Vervolgens de beleidsuitgangspunten en de visie op de rol van de gemeente en de wijze waarop senioren zelf bij de verdere uitwerking van het seniorenbeleid worden betrokken.
1.1 Achtergrond en doel
Gezien de voortschrijdende vergrijzing en veranderde landelijke wet -en regelgeving rondom thema’s die van belang zijn voor ouderen is het gemeentelijk beleid aan vernieuwing toe. Alphen aan den Rijn moet zich voorbereiden op de doorgaande groei van het aantal ouderen.
De Seniorennota is tot stand gekomen binnen het kader van het actieprogramma seniorenbeleid 2003-2004 van de provincie Zuid-Holland. Alphen aan den Rijn heeft deelgenomen aan het pilotproject van de Provincie Zuid-Holland “Ouderenproof” (zie punt 1.3, bijlage 2, 3 en 4). Bij dit project zijn ruim 800 Alphense senioren betrokken, die mee hebben gedacht voor het ontwikkelen van dit beleid. Zij hebben informatie gegeven en rapporten opgesteld.
Het doel van seniorenbeleid is het als gemeente een bijdrage leveren aan het welzijn van oudere inwoners in gewenste relatie met die van de overige Alphenaren. Om dit vorm te geven is het noodzakelijk dat:
- Er inzicht is in de ontwikkelingen en mogelijkheden voor sturing en beïnvloeding van de leefbaarheid voor senioren in Alphen aan den Rijn.
- Er inzicht is welke activiteiten en instellingen nodig zijn om de leefbaarheid voor senioren in stand te houden of te verbeteren (en hierop de nodige acties ondernemen).
Om te weten of de doelstellingen behaald zijn is het nodig om toetsingscriteria op te stellen per onderdeel. De projectgroep Senioren zal worden gevraagd om per actiepunt de toetsingscriteria te formuleren om te kunnen toetsen of het doel wordt gehaald.
1.2 Uitgangspunten
Samenwerking en afstemming zijn noodzakelijk om gestalte te geven aan integraal ouderenbeleid
De vergrijzing en ontgroening zijn van invloed op wonen, welzijn, zorg. De samenhang tussen deze beleidsterreinen moet zo goed mogelijk worden geregeld. De partners bij het seniorenbeleid zijn de ouderen zelf, de landelijke en gemeentelijk overheid, zorginstellingen, welzijnsorganisaties, woningbouwvereniging, projectontwikkelaars, zorgkantoren en de ouderenbonden/organisaties. Om wonen, welzijn en zorg op lokaal niveau op elkaar te kunnen afstemmen is het belangrijk dat alle partners gezamenlijk veranderingen willen realiseren. De gemeente zal hierbij een coördinerende rol spelen. Zij heeft contact met vele voor het seniorenbeleid belangrijke partijen.
Voortdurende ontwikkeling
Doordat er steeds nieuwe ontwikkelingen zijn in de vraag van de senioren, zal ook het beleid zich telkens moeten aanpassen. Na de vaststelling van de nota seniorenbeleid waakt de gemeente samen met senioren ervoor dat de uitvoering van de Seniorennota past bij de diversiteit van de vraag van de senioren in de gemeente.
Bevorderen participatie en actieve deelname van ouderen aan de samenleving
Senioren dienen, zoveel als mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken ten aanzien van wonen, zorg en welzijn. Senioren hebben veel ervaring en kennis die voor de jongere generaties en de stad als geheel van grote waarde zijn. Deelname van senioren aan verschillende activiteiten is voor hen van belang, en aldus kan de gemeente gebruik maken van hun kennis en ervaring. De gemeente wil kortom ouderen meer aanspreken op hun capaciteiten.
1.3 Rol van de senioren
Een grote rol bij de verdere ontwikkeling en ook bij de uitvoering en de evaluatie van het seniorenbeleid is weggelegd voor de senioren zelf. In het convenant van het project Ouderenproof (zie de bijlage) is onder andere opgenomen dat er een voorziening zal worden getroffen om toe te zien op de voortgang van de resultaten die uit dit project naar voren zijn gekomen. Hiervoor wordt een projectgroep in het leven geroepen, temeer omdat een aantal senioren heeft aangegeven niet alleen te willen volgen wat er terechtkomt van de aanbevelingen, maar ook hun ervaring en deskundigheid en kennis van zaken te willen blijven inbrengen.
| De taken en werkwijze van de projectgroep moeten nog worden besproken en vastgelegd. Door de oprichting van deze “projectgroep” wil de gemeente de senioren betrekken bij de uitvoering van het seniorenbeleid en hen uitnodigen om zelf actief bij te dragen aan de uitvoeringsactiviteiten. De gemeente ziet graag een koppeling van deze projectgroep aan het bestaande overlegorgaan de OSO (samenwerkende ouderenbonden). Deze laatste krijgt ondersteuning vanuit Stichting Welzijn. |
1.4 Rol van de gemeente
In het lokaal seniorenbeleid speelt de gemeente verschillende rollen. De gemeente heeft veelvuldig overleg met vele instellingen, bewoners en andere marktpartijen. De gemeente Alphen aan den Rijn ziet voor zichzelf de volgende rollen:
- de gemeente is regisseur van samenhang door te bevorderen dat de voorzieningen en activiteiten die (mede) gericht zijn op ouderen, waar nodig op elkaar worden afgestemd;
- in het verlengde daarvan is de gemeente ‘procesmanager’ die het netwerk aan betrokken partijen bij het seniorenbeleid tot samenwerking tracht te brengen;
- de gemeente heeft een antennefunctie door informatie en inzicht in knelpunten, lacunes, vraag en aanbod te verzamelen en te interpreteren;
- de gemeente heeft een rol van vertaler van de vraag van ouderen; in de gesprekken met aanbieders van diensten en activiteiten is het uitgangspunt dat afspraken worden gemaakt over het aansluiten van het aanbod op de vraag;
- de gemeente is zelf dienstverlener aan senioren. Via onder andere inkomensondersteunende maatregelen, WVG voorzieningen of informatieverlening levert de gemeente zelf rechtstreeks diensten aan ouderen;
- de gemeente is dienstverlener via derden, namelijk door diensten onder andere aan ouderen, die worden geleverd door instellingen of organisaties, (mede) te subsidiëren.
2 Senioren en trends
In dit hoofdstuk staat de doelgroep beschreven. Verder wordt ingegaan op de “vergrijzing” als de belangrijkste trend voor het seniorenbeleid en de maatschappelijke ontwikkelingen die een rol zullen spelen in het seniorenbeleid.
2.1 Senioren, wie zijn dat eigenlijk?
Sprak men vroeger over bejaarden, later werden het ouderen en momenteel spreekt men over senioren. In deze nota is gekozen voor aansluiting bij het provinciale kader en wordt onder de term senioren verstaan: mensen van 55 jaar en ouder.
|
In deze nota worden de termen ouderen en senioren door elkaar gebruikt. Bewust is gekozen om de leeftijdsgrens niet hoger te definiëren, bijvoorbeeld bij 75+, omdat de verwachting is dat het aantal problemen bij de groep senioren wordt uitvergroot, als de leeftijdsgrens verhoogd wordt. In deze nota wordt de kracht van de ouderen/senioren en hun beïnvloedingsmogelijkheden benadrukt. Daarbij zal de aandacht voor de groep 75+ niet verslappen
|
|
Ouderen zijn lang beschouwd als een homogene groep van grofweg 65- tot 80-jarigen, waarvoor apart beleid en activiteiten, instellingen en voorzieningen nodig zijn. Deze groep dreigde in de marge van de samenleving te komen of was daar al beland. Echter, het merendeel van de ouderen is niet zorgbehoevend en maakt gebruik van de algemene particuliere en gemeentelijke voorzieningen. In deze nota worden drie groepen ouderen van de totale groep 55+ onderscheiden nl.:
a. de vitale en zelfstandige ouderen;
b. de ouderen met een groeiende afhankelijkheid van hun omgeving;
c. een kleine groep afhankelijke ouderen.
Ad a. Vitale en zelfstandige ouderen wonen zelfstandig en zorgen voor zichzelf. Hiertoe behoort het overgrote deel van de ouderen en deze groep groeit. Hun behoeften verschillen niet veel van overige inwoners. Kenmerken van deze ouderen zijn:
- zij niet behoren tot een specifieke leeftijdscategorie;
- zij hebben dezelfde wensen en behoeften als de jongere inwoners, maar zijn niet aan werktijden gebonden;
- zij vragen wel naar mogelijkheden om maatschappelijk actief te zijn om zich verder te ontplooien en naar ontspanning, ontmoeting en dagbesteding;
- zij vormen de doelgroep voor participatie en preventief beleid;
- zij verlenen dikwijls mantelzorg;
- zij doen relatief veel vrijwilligerswerk.
Ad b. Ouderen met groeiende afhankelijkheid van hun omgeving willen nog zelfstandig blijven wonen, maar hebben behoefte aan (eenvoudige) vormen van hulpverlening en/of een passende/geschikte woning. Kenmerken van deze ouderen zijn:
- zij wonen zelfstandig;
- zij hebben behoefte aan (meerdere) vormen van hulp en dienstverlening;
- zij hebben meer behoefte aan een aangepaste woning of aangepast wonen;
- hun zorgvraag betreft vooral ondersteunende voorzieningen als maaltijdverstrekking, sociale alarmering, vervoer en hulp in de huishouding;
- zij hebben een groot belang bij voorlichting en begeleiding;
- zij hebben vanwege oplopende financiële bijdragen voor hulp en dienstverlening, vaker behoefte aan inkomensondersteuning;
- voor hen zijn preventieve activiteiten tot behoud van zelfstandigheid van belang;
- ten behoeve van maatschappelijke participatie hebben zij behoefte aan stimulansen.
Ad c. Een kleine groep afhankelijke ouderen heeft dringende hulpvragen. Met name het aantal ouderen met een psychogeriatrische aandoening groeit. Kenmerken van deze groep afhankelijke ouderen zijn:
- zij hebben dringende vragen op het terrein van welzijn, zorg, wonen en dienstverlening;
- zij zijn in hoge mate afhankelijk van professionele hulp en dienstverlening;
- hun behoefte aan zorg is zodanig dat mantelzorg niet volstaat en professionele hulp is vereist;
- zij hebben een groot belang bij specialistische en intensieve hulpverlening;
- zelfstandig wonenden vereisen bijzondere woonvormen;
- voor deze groep ouderen is samenwerking tussen partijen, zoals die in de regiovisie zijn samengebracht, een vereiste;
- wachtlijstproblematiek, dagverzorging, woonzorgcomplexen en steunpunten spelen bij deze groep een belangrijke rol;
- ouderen met psychogeriatrische problemen vormen een specifieke doelgroep.
De 60- en70- jarigen spiegelen zich eerder aan actieve en zelfstandige ouderen dan aan het beeld van passieve en zorgbehoevende ouderen. Deze senioren willen helemaal niet tot de ouderen worden gerekend. Hiertegenover staat een kleine groep ouderen – vaak met een hoge leeftijd - die in hoge mate afhankelijk is van zorg en hulpverlening. Deze ouderen zijn aangewezen op specifiek aangepaste woningen, intensieve thuiszorg of op verpleeg- en verzorgingshuizen. Tussen deze twee bevinden zich mensen met een groeiende afhankelijkheid. Uiteraard bestaan er grote individuele verschillen.
2.2 Vergrijzing
Nederland is aan het vergrijzen. Dit betekent dat de bevolking in zijn geheel ouder wordt. De oorzaak hiervan is het afnemen van het aantal jongeren (ontgroening) en het toenemen van het aantal ouderen (vergrijzing). Daarnaast speelt de verlenging van de gemiddelde levensduur mee door de verbeterde medische voorzieningen en preventieve gezondheidszorg. Er wordt dan ook gesproken van een dubbele vergrijzing. De verwachting is dat in grote steden het aantal ouderen op den duur afneemt, omdat mensen van middelbare leeftijd een voorkeur hebben om in kleinere gemeenten te wonen.
Prognose leeftijdsopbouw groep ouderen in Alphen aan den Rijn
Van 2005 tot 2015
| Ouderen | 2005 | % | 2010 | % | 2015 | % |
| 55+ | 8.116 | 11,3 | 9.336 | 13 | 9.283 | 12,2 |
| 65+ | 4.490 | 6,2 | 5.194 | 7 | 6.945 | 9,2 |
| 75+ | 2.542 | 3,5 | 2.808 | 4 | 3.160 | 4,2 |
| 85+ | 755 | 1 | 945 | 1 | 1.052 | 1,4 |
| subtotaal | 15.903 | 22 | 18.283 | 25 | 20.440 | 27 |
| Totale
bevolking |
71.578 |
100 |
73.657 |
100 |
75.517 |
100 |
Bron: Provincie Zuid-Holland 2001
Toelichting
- Op basis van de prognose zal de bevolking van de gemeente Alphen aan den Rijn tot 2015 toenemen met ongeveer 5% . Bij het opstellen van deze notitie waren nog geen gegeven tot 2018 voorhanden.
- De groep ouderen als onderdeel van de totale bevolkingsgroep groeit naar verhouding met ruim 22%.
Conclusie: op basis van de bevolkingsontwikkeling van de groep ouderen zal de vraag naar zorg en dienstverlening verder toenemen.
Hieronder wordt aangegeven hoe de groep van 55+ in Alphen aan den Rijn van 2005 tot 2015 toeneemt ten opzichte van de totale bevolking in Alphen aan den Rijn. Het aantal 55-plussers groeit naar verwachting van bijna 16.000 in 2005 naar 20.500 in 2015.
Bron: Provincie Zuid-Holland 2001
2.3 Maatschappelijke consequenties
De ontwikkelingen van ontgroening en vergrijzing brengen de nodige maatschappelijke consequenties met zich mee. Hieronder worden ze beschreven.
Een krapte op de arbeidsmarkt
Door de vergrijzing van de (beroepsbevolking) zal er op de middellange termijn een krapte op de arbeidsmarkt ontstaan.
Een toenemende behoefte aan gezondheidszorg en -voorzieningen
De voortgaande vergrijzing van de bevolking leidt zoals gezegd tot meer ouderen. Van belang voor de zorgbehoefte is ook de verwachte toename van het aantal ouderen met dementie. De totale zorgbehoefte blijft naar verwachting toenemen, zowel voor de thuiszorg als in verzorgingstehuizen.
Toename koopkracht
Ouderen beschikken in toenemende mate over meer middelen. De huidige en toekomstige generaties gepensioneerden (de babyboomers) hebben een betere oudedagsvoorziening dan de huidige 75+ers. Dit heeft tot gevolg dat zich binnen wonen, welzijn en zorg een koopkrachtige, private vraag zal ontwikkelen. Tegelijkertijd zal de zorg dermate schaars blijven, dat deze goeddeels tot het publieke domein blijft behoren. Toch zal het aanbod van de private zorg zich verder ontwikkelen. Als gevolg van de vergrijzing moeten relatief minder mensen meer sociale lasten opbrengen. Het laat zich nu nog niet aanzien wat voor consequenties dit zal hebben voor het welvaartsniveau van senioren. Het aantal ouderen met een laag inkomen blijft ongeveer constant. De overheid moet voor deze groep aandacht blijven houden.
Toename kritische consument
Door het toenemen van de mondigheid stellen ouderen zich kritischer op ten opzichte van het aanbod van voorzieningen. Men wil vaker maatwerk. Als gevolg van het hogere opleidingsniveau van ouderen en de grotere toegang tot informatie, onder andere door het toenemende PC bezit, zullen meer ouderen zich op de markt presenteren als de kritisch vergelijkende consument.
Toename van de vraag naar mantelzorg en afname van het aanbod
Mantelzorg wordt ook wel informele zorg genoemd. Kenmerkend voor de mantelzorg is dat de zorgverlener vrijwilliger is en dat er meerdere relaties zijn tussen zorgvrager en zorgverlener. Door de toename van de zorgvraag, de extramuralisering en de krapte in het professionele zorgaanbod neemt de vraag naar de mantelzorg toe. De veranderende sociaal-culturele patronen, zoals individualisering en sociaal-economische mobiliteit, leiden er toe dat sociale en familiaire verbanden sterk veranderen en daarmee vermindert het aanbod van mantelzorg.
De toename van de vraag naar vrijwilligers en een afname van het aanbod
Het bereiken van een hogere leeftijd gaat niet altijd gepaard met een goede gezondheid. Dit betekent dat er meer ondersteuning nodig is en bij het ontbreken daarvan of bij een tekort aan mantelzorg de vraag naar vrijwilligers toeneemt. Dit staat op gespannen voet met de verwachting dat er minder vrijwilligers beschikbaar zullen zijn.
Verandering rol gemeente in de gezondheidszorg
Bij gezondheid draait het niet alleen om afwezigheid van ziekte, maar ook om algemeen welbevinden. De gemeente kan voor zover dit in haar vermogen ligt hieraan bijdragen door het verbeteren van factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden. Een vraaggericht pakket van diensten op verschillende terreinen moet hiertoe bijdragen. Dit vraagt een goede afstemming en samenwerking van partners, waarbij de gemeente een coordinerende rol speelt.
Vermaatschappelijking van de zorg
De tijd dat mensen met een intensieve zorgbehoefte vooral in zorginstellingen werden opgevangen, ligt achter ons. Mensen willen dat zorg in de eigen woonomgeving wordt verleend en dat mensen met een zorgvraag zelfstandig in een eigen woning moeten kunnen blijven wonen. Vandaar de term: vermaatschappelijking van de zorg.
Versnelling van proces van extramuralisering en druk op zorgaanbieder
Intramurale verblijfsvoorzieningen worden door meer cliënten ontoereikend gevonden wat betreft de kwaliteit van het wonen en de kwaliteit van het dagelijks leven. Dit leidt tot een versnelling in het proces van extramuralisering. Op steeds meer locaties wordt zorg geleverd door een toename van intensieve thuiszorg en kleinschalige woonvormen. Tegelijkertijd ontstaat er echter druk op de zorgaanbieder om met schaars personeel meer cliënten te bedienen en doelmatiger te werken.
Toename complexiteit van de zorgvraag bij intramurale plaatsen
De vraag naar intramurale plaatsen zal gelijk blijven, maar de vragen om zorg zullen complexer worden bij de senioren die intramurale zorg geïndiceerd krijgen. Dit zal een taak van de landelijke overheid blijven.
Verandering op het gebied van wonen
Volkshuisvestingsbeleid is meer woonbeleid geworden waarbij zorg een prominente plaats heeft. Er is veel aandacht voor levensloopbestendig wonen. In levensloopbestendige complexen wordt rekening gehouden met toegankelijkheid van voorzieningen tijdens verscheidene fysische levensfasen, is rekening gehouden met sociale veiligheid van alle bewoners en het voorkomen van fysieke obstakels. De rijksoverheid wil de regelgeving rond deze vorm van bouwen vereenvoudigen met als doel het stimuleren van de bouw van (semi) zelfstandige woonruimte en het ontwikkelen van de “domotica” en “het intelligente huis”.
Grotere behoefte aan ondersteunende technologie
Om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen, zullen ouderen in toenemende mate gebruik maken van ondersteunende technologie zoals hulpmiddelen in huis en domotica.
Grotere vraag naar geschikte woningen voor ouderen
Nu al, maar zeker in de toekomst, willen meer ouderen met een toenemende zorgvraag thuis blijven wonen. Dit vergroot de vraag naar geschikte ofwel aangepaste woningen speciaal voor ouderen.
Meer nadruk op een schone, veilige en beschermende woon- en leefomgeving
Ouderen zijn verhoudingsgewijs veel thuis of in de buurt aanwezig. Zij zijn in toenemende mate tengevolge van ouderdom in steeds beperktere mate opgewassen/bestand tegen druk van buitenaf. Zij zullen, meer nog dan andere bevolkingsgroepen, hoge eisen stellen aan hun directe woon- en leefomgeving.
2.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Eind 2003 zijn in de media en overheidspublicaties wijzigingen aangekondigd rond de wet- en regelgeving op het terrein van Zorg en Welzijn. Het gaat met name om aanpassingen die het gevolg zijn van de modernisering van de AWBZ en in het verlengde daarvan de wijze waarop de zorgverzekering, -toewijzing en -aanspraken in Nederland wordt geregeld (onder andere het advies van de commissie Buurmeijer). Twee maatregelen zijn aangekondigd:
- De centralisering van de indicatiestelling voor AWBZ voorzieningen per 2005. Deze centralisering is volop in gang gezet. Over de mogelijke consequenties die dit heeft voor de uitvoering van het Wvg-beleid wordt tussen de gemeente en Stichting Zorgwijzer (uitvoerder van gemeentelijk Wvg-beleid) overleg gevoerd. Ook vindt inmiddels regionale afstemming in de Rijnstreek plaats.
- De inrichting van een Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO) is gepland voor 2006. Gemeenten zullen binnen de WMO verantwoordelijk voor de ondersteuning van burgers die niet in staat zijn om op eigen kracht deel te nemen aan de samenleving. Ook het bieden van ondersteuning van burgers die zich als vrijwilligers willen inzetten hoort daarbij. Dat is niet allemaal nieuw. Er is al een Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en een Welzijnswet. Beide wetten gaan vanaf 2006 op in de WMO. Wat nieuw is voor gemeenten, is dat de verantwoordelijkheid wordt uitgebreid met onderdelen die tot dan toe via de AWBZ liepen. Vanaf 2006 betreft dat de huishoudelijke verzorging. Vanaf 2007 de activerende en ondersteunende begeleiding. Voor het seniorenbeleid is van belang dat gemeenten met de invoering van de WMO voor zover nu bekend onder andere verantwoordelijk zullen zijn voor:
- Algemene voorzieningen op het terrein van maatschappelijke participatie, zoals sociale activering en hulp bij geldproblemen, algemene voorzieningen voor ouderen zoals maaltijden, alarmering en recreatie;
- Voorlichtingsloketten en advies over maatschappelijke ondersteuning;
- Voorzieningen voor ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers;
- Versterken van de leefbaarheid en sociale samenhang in buurt en wijk;
- Accommodaties voor maatschappelijke activiteiten, zoals zwembaden, clubhuizen, centra dagactiviteiten;
- Voorzieningen voor mensen met een functiebeperking, zoals rolstoelen en woningaanpassingen;
- Meldpunt voor huiselijk geweld.
De WMO krijgt niet het karakter van een “voorzieningenwet”: “Men krijgt dus niet automatisch recht op deze voorzieningen van overheidswege”. De belangrijkste uitdaging van de WMO is het vinden van een goede balans tussen ‘overlaten, stimuleren en voorwaarden scheppen’ en deugdelijke garanties voor mensen die echt hulp nodig hebben. De gemeente heeft een projectgroep opgericht die de gevolgen van de wet nauwlettend volgt en de uitvoering verder ter hand zal nemen. Daarnaast zullen de gevolgen van deze wet worden vastgelegd in gemeentelijk beleid. Eind 2004 wordt meer informatie verwacht van het rijk.
|
Het bestuur van het nieuwe landelijk Centrum indicatie stelling zorg (CIZ) wil in 2005 van start gaan met zestien regionale uitvoeringskantoren. Die vallen dan onder het CIZ en krijgen ieder een verzorgingsgebied van circa één miljoen inwoners. Elk uitvoeringskantoor krijgt meerdere flexibele teams die vanuit lokale loketten dicht bij de burger kunnen werken.Nu zijn er nog ruim zeventig zelfstandige regionale indicatie-organen (RIO’s) voor de AWBZ en daarnaast vier regionale centra voor gehandicaptenzorg die nog dit jaar geïntegreerd gaan werken met de RIO’s waar ze nu voor indiceren. |
|
3 Welzijn, participatie en maatschappelijke dienstverlening
In de woordenboeken der Nederlandse taal wordt welzijn omschreven als “welvaren” en “goede gezondheid”. Het woord heeft echter een bredere betekenis. Welzijn is verbonden met de belevingswereld van het individu. Welzijn kan voor ieder individu een andere betekenis hebben. Vanuit het project Ouderenproof is welzijn omschreven als “het gevoel hebben bij je omgeving betrokken te geraken, te zijn en te blijven in relatie tot de zingeving in jouw leven”.
Samenhangend pakket ondersteunende welzijnsdiensten
Opdat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen is naast passende zorg en huisvesting, een adequaat welzijnsvoorzieningenniveau van groot belang (rapport van de werkgroep Welzijn en Participatie). In opdracht van de Regionale Commissie Gezondheidszorg Zuid-Holland Noord (RCG) is een productenboek Welzijnsdiensten opgesteld waarin die diensten zijn beschreven die als minimaal wenselijk worden beschouwd. Bij de beschrijving van dit minimumpakket is uitgegaan van de volgende basisbehoeften:
1 Behoefte aan informatie en bemiddeling om te kunnen participeren in de directe omgeving
2 Behoefte aan ondersteuning bij de invulling van alledaagse activiteiten, persoonlijke veiligheid en geborgenheid.
Op basis van deze basisbehoeften is een aantal functies onderscheiden die op verschillende manieren kunnen worden ingevuld. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe deze functies zijn ingevuld in Alphen aan den Rijn.
3.1 Informatie
De meeste aanbieders van welzijnsdiensten geven folders uit, komen voor in de gemeentegids en op de gemeentelijke website. Informatie over deze instellingen wordt regelmatig gepubliceerd in het Witte Weekblad. De gemeente zendt ook informatiebrieven aan diegenen die 65 jaar worden. Zowel in het stadhuis als bij andere maatschappelijke organisaties zijn verschillende informatieloketten aanwezig. Toch blijken vele ouderen niet of nauwelijks op de hoogte te zijn van de deze mogelijkheden. De informatie over activiteiten en voorzieningen voor ouderen is versnipperd en daardoor onoverzichtelijk. Een verbetering hiervan kan de participatie van senioren stimuleren. Daarnaast heeft een deel van de ouderen ondersteuning nodig bij het aanvragen van voorzieningen en bij het nemen van beslissingen op de terreinen van wonen, welzijn en zorg.
Vanuit het project Ouderenproof is door de senioren de aanbeveling gedaan om bij één loket op het stadhuis terecht te kunnen met alle vragen over welzijn, zorg en wonen. In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning moet de functie van het loket Zorgwijzer worden herzien. Hierbij kunnen deze worden betrokken. Gedacht wordt o.a. aan de samenvoeging van de drie gemeentelijke loketten van Zorgwijzer, mantelzorg en vrijwilligers tot een welzijn en zorg loket voor alle inwoners.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof.
|
Actie 1
Actie 1 Actie 2 Actie 3 Actie 4
Actie 5 Actie 5 Actie 5 Actie 6
Actie 6
Actie 7
|
3.2 Ondersteuning
De Regionale Commissie Gezondheidszorg Zuid-Holland Noord heeft een aantal functies/diensten benoemd die voorzien in de basisbehoefte aan ondersteuning. Deze diensten richten zich op de directe ondersteuning van de alledaagse activiteiten die door fysieke beperkingen worden bemoeilijkt. De diensten zijn: maaltijdvoorziening, hand- en spandiensten, was- en linnenservice, pedicure, bewegingsactiviteiten, ontmoeting, recreatie en educatie. Om aan de basisbehoefte van veiligheid te voldoen zijn nog twee diensten toegevoegd: de personenalarmering en de ondersteuning en begeleiding bij het instandhouden en versterken van sociale en persoonlijke netwerken.
In bijlage 1 “het activiteitenoverzicht” is het huidige aanbod beschreven in de gemeente Alphen aan den Rijn. De komende jaren zal door de senioren zelf worden gekeken of het aanbod nog overeenkomt met de vraag. Zo hebben senioren voldoende informatie nodig over de aangeboden diensten. Bovendien moet voorkomen worden dat er onoverkoombare drempels ontstaan voor senioren om van het aanbod gebruik te kunnen maken. Het gevaar dreigt dat inwoners met een laag inkomen door hogere eigen bijdragen minder of niet meer ondersteunende welzijnsdiensten kunnen afnemen, zeker wanneer voor veel verschillende diensten een eigen bijdrage moet worden betaald. Hierdoor worden de eigen bijdragen ‘gestapeld’ en wordt de financiële ruimte van de gebruiker verkleind.
De gemeente subsidieert (welzijns)activiteiten van: Stichting Welzijn, Overleg Samenwerkende Ouderenbonden (OSO), Alphens Platform Gehandicaptenbeleid (APG), buurt-en wijkorganisaties, Gilde, activiteiten in ouderencomplexen. Stichting Welzijn heeft formatie beschikbaar voor de ondersteuning van senioren. Binnen deze formatie worden nieuwe prioriteiten gesteld in het vormgeven van bovengenoemde activiteiten. Gekeken moet worden welke ondersteuningsactiviteiten het particuliere initiatief zelf kan uitvoeren. Het is zinvol de samenwerking te bevorderden met vrijwilligers, kerkelijke organisaties en andere maatschappelijk instellingen die veel kennis hebben over de behoefte van senioren.
Sporten is een gezonde vorm van vrijetijdsbesteding. Voor senioren kan lichaamsbeweging bijdragen aan preventie van gezondheidsproblemen. Sport brengt ook mensen bij elkaar en biedt de mogelijkheid om mensen te ontmoeten. Dat beweging tot gezondheidswinst leidt is onomstreden. Meestal wordt dit in algemene termen opgevat, soms wat specifieker zoals de preventie van hart- en vaatziekten. Een voorbeeld is dat bewegingsactiviteiten de valrisico’s van ouderen verminderen.
|
Het stimuleren van vrijwilligerswerk is één van de invalshoeken om de activiteiten vorm te geven en participatie van ouderen te bevorderen. Eind 2003 is het Steunpunt Vrijwilligers van de Stichting Welzijn geopend. Dit steunpunt speelt een rol in het stimuleren van het vrijwilligerswerk en ondersteuning van de verenigingen in het vrijwilligersbeleid. Hieraan gekoppeld is de “De Vacaturebank Vrijwilligerswerk”. Deze heeft zicht op vacatures. Een verdere ontwikkeling van deze activiteiten is van belang voor de komende jaren. Immers de beschikbare menskracht onder de senioren kan een belangrijke rol vervullen in de hiaten die er ontstaan binnen het vrijwilligerswerk in Alphen aan den Rijn. Nu al heeft een aanzienlijk deel van de vrijwilligers de leeftijd van 55+. Belangrijk is het om de functies binnen het vrijwilligerswerk aan te passen. In plaats van de gangbare functies kan worden bekeken hoe kan worden ingespeeld op de tendens om zich niet voor lange tijd te binden aan een organisatie, maar wel aan kortlopende activiteiten.
Eenzaamheid en het zich eenzaam voelen kan een achterliggende oorzaak (en uiteraard gevolg) zijn voor het niet deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. In het kader van het Gezondheidsprofiel dat de GGD van de ouderen in Zuid-Holland Noord maakt, blijkt eenzaamheid een belangrijke gezondheidsklacht van ouderen te zijn. Het Algemeen Maatschappelijk Werk constateert ook dat eenzaamheid een van de belangrijkste klachten van ouderen is. Dit probleem speelt op hoge leeftijd en bij afnemende fysieke vermogens een steeds belangrijkere rol. Het minder zien van kinderen, rouwverwerking, de afname van persoonlijke weerbaarheid en het verwerken van ‘oud zeer’ waarmee men door een grotere openheid via de media meer mee wordt geconfronteerd zijn de belangrijke achtergronden van de eenzaamheidsgevoelens. Omdat er onvoldoende zicht is op senioren die eenzaam zijn, moet er nader worden onderzocht hoe de doelgroep eruit ziet, waar de vraag uit bestaat en wat er ontbreekt in het ondersteuningsaanbod. OSO doet een onderzoek naar eenzaamheid. Binnenkort verschijnt het verslag van dit onderzoek met de naam “Ouderen voor Ouderen.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
P.I. = particulier initiatief |
Actie 8,9
Actie 9 Actie 10
Actie 7
Actie 8 Actie 11
Actie 11 Loopt al Actie 8
Actie 12 Loopt al
Actie 13
Actie 10 Actie 13 Actie 13 Actie 14 Actie 10 Actie 12 Actie 10 Actie 6,8 P.I P.I.. P.I. Actie 15 Actie 13 |
4 Zorg
4.1 Lokaal gezondheidsbeleid
De meeste gemeentelijke taken op het terrein van de gezondheidszorg zijn vastgelegd in de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV) en de Wet voorziening gehandicapten (Wvg). Vanuit de WCPV is de gemeente verplicht om elke vier jaar een nota gezondheidsbeleid uit te brengen. In de in 2002 vastgestelde nota is opgenomen de gemeentelijke verantwoordelijkheid, het beleid en uitvoering daarvan dat gericht is op behoud of verbetering van de volksgezondheid. Het betreft verantwoordelijkheden voor preventie, zorgtaken voor jongeren, gehandicapten en ouderen, verslavingsbeleid, maatschappelijke opvang en maatschappelijk werk. Bovendien hebben gemeenten taken op terreinen die de gezondheid en het welbevinden van mensen beïnvloeden: welzijn, volkshuisvesting, milieu, onderwijs en openbare orde. Het zou kunnen dat in de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning een koppeling wordt gemaakt met de Nota Lokaal volksgezondheidsbeleid.
Regulier overleg Lokaal Volksgezondheid
Tweemaal per jaar vindt er overleg met de lokale partners, zoals vertegenwoordigers van huisartsen, cliëntenorganisaties, thuiszorg en zorginstellingen. Doel is om de uitvoering van het gemeentelijk beleid te toetsen, nieuwe knelpunten te signaleren en hierbij behorende acties en verbeteringen in gang te zetten.
Wet voorzieningen gehandicapten
Vanuit de Wet voorzieningen gehandicapten heeft de gemeente een zorgplicht en vanuit die functie is zij verplicht om voorzieningen beschikbaar te stellen voor senioren en gehandicapten en om te zorgen dat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. De afgelopen jaren is er een enorme stijging geweest van de kosten voor de Wvg. Om deze voorziening ook de komende jaren betaalbaar te houden is er in 2003 een aantal voorzieningen uit het pakket gehaald en kunnen alleen nog worden toegekend indien dit acuut medisch noodzakelijk is. De gemeente gaat er van uit dat mensen beseffen dat bij het ouder worden bepaalde voorzieningen nodig zijn en dat zij deze zelf kunnen aanschaffen. Mensen met een minimuminkomen kunnen bij bepaalde voorzieningen een tegemoetkoming krijgen.
4.2 Intramurale zorg/ Extramurale zorg
De tijd dat mensen met een intensieve zorgbehoefte vooral in zorginstellingen worden opgevangen ligt achter ons. De zorgverlener gaat de burger thuis opzoeken. De gemeentelijke rol in de zorg is beperkt omdat de financiering van de zorg voor het grootste deel verloopt via zorgaanbieders en zorgverzekeraars en uiteraard via de regelgeving van het Rijk.
Afstemming en coördinatie zijn de voornaamste knelpunten in de organisatie van de extramurale zorg en door alle betrokken partijen in onze regio onderkend. Met het ondertekenen van het regionaal ambitiedocument ‘Meer dan wonen, zorg en welzijn alleen’ op 23 september 2002 hebben zij verklaard binnen hun mogelijkheden te streven naar een integrale aanpak. Doel van dit convenant is combinaties van wonen, zorg en welzijn in de regio te verbeteren en uit te breiden. De ondertekenaars van het ambitiedocument zijn de provincie Zuid-Holland, gemeenten, aanbieders van verzorging en verpleging, van zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en met een psychiatrische aandoening, van medische zorg, van welzijnsdiensten, woningcorporaties, cliënten en zorgkantoor en zorgverzekeraar. De gemeente Alphen aan den Rijn zal binnen de afspraken die in de Regionale Commissie en in het kader van het genoemde ambitiedocument zijn gemaakt de inspanningen verrichten die van haar worden verwacht.
| Regionaal Indicatie Orgaan (RIO)
Aanvragen en toewijzing voor zorg lopen via het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). Het RIO in Alphen aan den Rijn is ondergebracht bij de Stichting Zorgwijzer. Financiering loopt via de AWBZ en zorgverzekeraars. De administratieve afhandeling geschiedt door het Centraal Administratie Kantoor. Het Zorgkantoor verzorgt de collectieve inkoop van zorg. Mensen met een persoonsgebonden budget (PGB) hebben het recht binnen de geboden mogelijkheden, zelf een zorg in te kopen. De hoge kosten van de AWBZ hebben er toe geleid dat de RIO’s – AWBZ indicaties per 2005 worden gecentraliseerd in het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Uitgangspunt is wel dat de gemeentelijke loketten voor de klanten het punt blijven van aanvraag. |
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 16
Actie 16 Actie 16
Actie 16
Actie 16
Actie 16/ 17
|
Thuiszorg
Thuiszorg is een onderdeel van de gezondheidszorg. De dienstverlening is er op gericht mensen in staat te stellen zo lang mogelijk een zelfstandig en volwaardig leven te bieden. Als dat (tijdelijk) niet meer gaat, biedt de thuiszorg – op basis van indicatie – praktische en deskundige hulp en zorg; onder andere huishoudelijke hulp, (specialistische) verzorging en verpleging, het lenen, huren of kopen van verpleegartikelen en hulpmiddelen. In het kader van de WMO is de verwachting dat de verantwoordelijkheid voor de huishoudelijke hulp bij de gemeente komt te liggen.
Aanbeveling vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 16
17
|
Huisartsen
In Alphen aan den Rijn is er door de actieve inzet van de verschillende partijen op dit moment geen huisartsentekort. Het blijft wel een punt van aandacht. De veranderende werkopvatting onder de nieuwe generatie artsen vraagt om nieuwe vormen van huisvesting. Er is behoefte aan nauwere samenwerking met de andere disciplines in de eerste lijnszorg. Een landelijke ontwikkeling is de oprichting van hoedconstructies (huisartsen onder een dak). Op 3 plekken in de gemeente is de bouw van een Hoed al gepland/wordt gebouwd en werkt een aantal huisartsen samen met andere disciplines zoals: praktijk verpleegkundige(n); apotheek; fysiotherapie; tandartsen; etc..
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 17
Actie 17 Actie 16
*P.I.
Actie 16 Gebeurd al
Actie 16 |
Rijnlandziekenhuis
In de Alphense vestiging van het Rijnlandziekenhuis zijn op werkdagen de poliklinieken geopend voor consultatie van medische specialisten, alsmede voor poliklinische nazorg van Alphense patiënten. Ook is het mogelijk te worden opgenomen voor dagbehandeling en kortverblijf. Het kortverblijf in het weekend is echter niet mogelijk. Daarvoor wordt uitgeweken naar de locatie te Leiderdorp.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 18
Actie 19 Niet haalbaar Actie 16
*P.I.
|
4.3 Mantelzorg
Mantelzorgers zijn vrijwilligers en zijn een onmisbare schakel in de “zorgketen”. Zij vullen grotendeels het gat op tussen de vraag naar zorg en dat wat werkelijk wordt geleverd door professionele zorg. De beschikbaarheid van mantelzorgers zal afnemen. De oorzaken hiervan zijn o.m. de leeftijdsopbouw in onze gemeente, de tweeverdieners, het niet in de buurt wonen van familieleden en het langer moeten deelnemen aan het arbeidsproces. De motieven waarom men zorg verleent zijn verschillend van aard. De zorg start vaak vanuit een grote vanzelfsprekendheid. Het is een geleidelijk proces, waarbij de vraag toeneemt en de mantelzorger zijn grenzen verlegt. Overbelasting van mantelzorgers komt veel voor. Ondersteuning van de mantelzorger is een belangrijk aandachtspunt. Hierbij speelt het lokale Steunpunt Mantelzorg sinds november 2003 een rol. Het Steunpunt organiseert groepsbijeenkomsten voor mantelzorgers en individuele ondersteuningsgesprekken. 1 x per week houdt zij spreekuur in het stadhuis. Wanneer daar behoefte aan is dan kan dat worden uitgebreid. Het Steunpunt is telefonisch de gehele week bereikbaar. Het landelijk Steunpunt Mantelzorg brengt de knelpunten van de mantelzorgers onder de aandacht van politici en beleidsmakers.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 20
Actie 20 Actie 20
Actie 20
Actie 20
Actie 20 |
| Steunpunt Mantelzorg Alphen Informatie
“De Jasserie” Op 16 september opent “De Jasserie” weer haar deuren in Zorgcentrum St. Joseph, Hoflaan 3 te Alphen aan den Rijn. Mantelzorgers ontmoeten elkaar in een ontspannen en gezellige sfeer, wisselen ervaringen uit en kunnen terecht met hun zorgen en vragen. De naam komt voort uit JAS = mantel + (bras)SERIE. Op elke donderdagavond in de oneven maand van 19.00 – 21.15 uur bent u van harte welkom! U hoeft zich niet van te voren op te geven en de toegang is gratis |
4.4 Huiselijk geweld
Huiselijk geweld is een onderwerp waar landelijk veel aandacht voor is. Een onderdeel hiervan is ouderenmishandeling. Hieronder wordt verstaan: “het handelen of het nalaten van handelen van degene die in een persoonlijke of professionele relatie staat met de oudere persoon (iemand van 55 jaar of ouder), waardoor de persoon (herhaaldelijk) lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij er van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankekelijkheid”. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit in 1996 (Comijs, e.a.). kwam naar voren dat 5,5 procent van de onderzochte zelfstandig wonende ouderen werd mishandeld. Dit betekent dat ruim 5 op de honderd ouderen worden geconfronteerd met agressie, vormen van mishandeling of benadeling. Hoe dit percentage in Alphen ligt is niet bekend. De gemeente is betrokken bij de provinciale en regionale beleidsontwikkeling op dit terrein. Er wordt binnenkort een voorlichtingscampagne gevoerd met een telefoonnummer van een steun- en adviespunt voor slachtoffers, daders en omstanders van huiselijk geweld. Voor het steun- en adviespunt wordt subsidie verkregen via een nieuwe regeling van het ministerie van VWS.
4.5 Langdurig zieken en gehandicapten
Mensen die langdurig ziek en/of gehandicapt zijn, hebben meer zorg en aandacht nodig. De gemeente moet beleid ontwikkelen voor deze groep mensen in het kader van het lokaal volksgezondheidsbeleid.
5 Wonen
Eerder in deze nota is beschreven dat zowel door een veranderde levensstijl als door het proces van extramuralisering van de zorg een steeds groter deel van de senioren langer zelfstandig zal blijven wonen. Hierop moet worden ingespeeld door een samenhangend aanbod te ontwikkelen van wonen, zorg en welzijn.
5.1 Woningvoorraad en woontechnologie
| Er is onderzoek gedaan naar de huidige en verwachte woonbehoeften onder senioren in Alphen aan den Rijn. Uit dit onderzoek blijkt dat de vraag van de senioren niet aansluit op de huidige woningvoorraad voor senioren.
Er bestaat in Zuid-Holland een discrepantie tussen de bestaande woningvoorraad voor senioren en de vraag naar aangepaste en aanpasbare woningen voor ouderen. De toekomstige woningmarkt moet er vooral flexibel uit zien, tegemoetkomend aan de gezinssamenstelling, de leeftijd, de toegankelijkheid en het inkomen van de mensen. Om in beeld te brengen wat de behoefte is van de gemeente Alphen aan den Rijn is in 2004 een woonvisie ontwikkeld. Hierin is te lezen welke woningtypes de gemeente nodig heeft. |
complex Rijnzate
|
Behalve dat aan nieuwbouw wordt gedacht, worden er meer plannen ontwikkeld om bestaande bouw aan te passen voor onder andere senioren. Ook wordt gestuurd op doorstroming.
Ook op het niveau van de regio Zuid-Holland Noord is overleg over afstemming van het beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn. De Regionale Commissie Gezondheidszorg heeft een stuurgroep ‘wonen, zorg en welzijn’ in het leven geroepen, waarin gemeenten, zorgsector, zorgkantoor, gebruikersorganisaties en woningcorporaties zijn vertegenwoordigd. Deze stuurgroep heeft in 2001 een Beleidsvisie Wonen en Zorg uitgebracht, met een aantal gezamenlijke ambities en actiepunten. Deze hebben met name betrekking op afstemming met samenwerkende gemeenten en corporaties, zodat per subregio in een gezamenlijk programma van woonzorg afspraken worden gemaakt. Daarnaast wordt onderzoek gestimuleerd naar de aanpasbaarheid van woningen in bestaande wijken en wordt de voortgang van ontwikkelingen in de woonzorg gevolgd.
Inmiddels is in de gemeente het initiatief genomen om met zorgaanbieders en WonenCentraal plannen te ontwikkelen voor een eerste woon/welzijn-zorgzone in Alphen aan den Rijn in het gebied Nieuwe Sloot. Dit initiatief zal mogelijk in de toekomst een vervolg krijgen in andere delen van onze gemeente.
De ontwikkeling van zowel de woonvisie als de visie op wonen en zorg en deze seniorennota wordt onderling afgestemd. In de woonvisie zijn concrete actiepunten opgenomen om de toekomstige behoeften van onder meer ouderen op het gebied van wonen, zorg en welzijn tegemoet te komen. De actiepunten uit de woonvisie worden uitgewerkt in onder meer de prestatieafspraken met de woningcorporatie en productafspraken met de diverse instellingen op het gebied van zorg en welzijn.
Aanbevelingen/prioriteiten vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 28
Actie 23
Actie 24 Actie 23
Actie 25
Lopend
Actie 27 Actie 25 Actie 26
Wordt al gedaan
P.I.
P.I. P.I. |
5.2 Woonomgeving
Senioren zijn naarmate ze ouder worden afhankelijker van voorzieningen in hun eigen buurt. Over de voorzieningen waarop men vaker is aangewezen wordt wisselend gedacht omdat dat samenhangt met de plek waar men woont. Winkelvoorzieningen voor de dagelijkse boodschappen zijn niet altijd op loopafstand aanwezig. Dat geldt eveneens voor zorgvoorzieningen.
|
Alhoewel het ondoenlijk is om voor senioren alle voorzie- ningen op loopafstand te realiseren is het wel van belang om bij het ontwikkelen van nieuwe woonvoorzieningen voor senioren zoveel mogelijk te streven naar voldoende voorzieningen. In het algemeen wordt de woonomgeving in Alphen aan den Rijn als plezierig ervaren en hebben mensen niet snel de neiging te verhuizen als men ouder wordt, omdat men gewend is aan de huidige woonomgeving en daar contacten heeft. Pas bij groeiende fysieke problemen is men bereid om naar een aangepaste woning te verhuizen Om de leefbaarheid van de woonomgeving voor senioren te bevorderen, moet een structureel overleg tussen gemeente en ouderen op wijkniveau plaatsvinden Hiervoor kan men gebruik maken van al bestaande overlegstructuren Deze kunnen per wijk verschillen. De organisaties dienen te worden geactiveerd om in overlegsituaties met wijkbeheer zich (mede) te laten vertegenwoordigen door hun oudere leden.
|
Hier wil stichting Welzijn een rol in vervullen. Voor vragen en/of klachten kan men terecht bij het Servicepunt Woonomgeving. Een snelle en adequate oplossing van alledaagse knelpunten in de directe leefomgeving betekent veel voor het gevoel van leefbaarheid en veiligheid van iedereen en in het bijzonder van senioren.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 29
Actie 30
|
5.3 Veiligheid
De politie werkt zowel regionaal, plaatselijk, als in de wijken. De politie biedt informatie en geeft desgevraagd advies aan inwoners over de beveiliging van woningen, veiligheid in huis en over de “meterkastkaart”. Daarnaast heeft de politie voor senioren een brochure “Senioren en Veiligheid”. De politie, de brandweer en de GGD geven gezamenlijk het boekje “Veiligheidswijzer” uit. Dit komt om de anderhalf jaar uit en geeft informatie over aspecten van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van verscheidende diensten. Deze informatie geldt ook voor ouderen. Ook is er een cursus Burger en Politie. Politie heeft aandacht voor senioren in haar werkplan opgenomen. In de gemeentegids worden instellingen gemeld die van belang kunnen zijn voor de veiligheid en leefbaarheid. De gemeentelijke bedrijven zorgen voortdurend voor een veilige en acceptabele leefomgeving. De gemeentelijke afdeling Stadsbeheer met zo’n 3000 vrijwilligers (ruim eenderde is 55+ers!!) onderhouden het openbaar terrein. In het project buurtpreventie wordt aandacht besteed aan alle bovengenoemde aspecten. Dit project wordt momenteel in een 3-tal wijken in Alphen aan den Rijn uitgevoerd. Onderzocht kan worden of er mogelijkheden zijn om buurtpreventie te stimuleren in senioren-rijke wijken.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Actie 31
Actie 4, 31
Is aandacht voor Actie 31 Actie 5 |
5.4 Mobiliteit
Senioren vormen naar verhouding een beperkt deel van de verkeersslachtoffers, juist de jongere volwassenen en jongeren lopen het meeste risico in het verkeer. Maar het feit dat ouderen door functieverlies minder zelfredzaam zijn, maakt het van belang om wel aandacht aan hun mobiliteit te besteden. Bij de planvorming rond woon-zorg zones moet de afdeling verkeer en vervoer in een vroeg stadium worden betrokken. Hun adviezen met betrekking tot veilige routes en inrichting van de openbare ruimte zijn van belang voor de uitwerking van het concept woonzorgzones.
De gemeente Alphen aan den Rijn kent op het gebied van verkeer en vervoer geen specifiek beleid voor senioren, maar houdt wel zo veel mogelijk met hen rekening in haar planvorming. Het actieprogramma verkeersveiligheid bevat een samenhangend geheel aan maatregelen op dit gebied, waarbij landelijke richtlijnen de leidraad vormen. Een grote groep senioren reist met eigen auto, maar er is ook een groep die gebruik maakt van het openbaar vervoer.
| In Alphen aan den Rijn bestaat naast het normale openbaar vervoer ook een collectieve vervoersvoorziening “de Rijnstreekhopper”. | |
| Deze voorziening kan door iedereen van jong tot oud worden gebruikt tegen het normale openbare vervoerstarief. Heeft men echter beperkingen dan kan men na indicatie in aanmerking komen voor korting op de kosten van deze vorm van vervoer. De Rijnstreekhopper biedt de mogelijkheid van deur-tot-deur vervoer. | |
De kwaliteit van de dienstverlening in het collectief vraagafhankelijk vervoer wordt in de klankbordgroep besproken. Onlangs zijn afspraken gemaakt met de vervoerder. Deze afspraken zullen op hun effecten worden beoordeeld. Bij de ontwikkeling van de Rijn-Gouwe-Lijn zijn in het programma van eisen randvoorwaarden gesteld voor de toegankelijkheid. Uitgangspunt is bij elke halte een gelijkvloerse instap te creëren die ook voor mensen met een handicap eenvoudig te gebruiken is.
Verkeerseducatie is belangrijk. Van alle verkeersdeelnemers vormen de ouderen een risicogroep, omdat een deel van hen zich onzeker in het verkeer beweegt. Dat kan fysieke oorzaken hebben (afnemen van gezichtsvermogen en reactiesnelheid, vermogen om afstanden in te schatten, gehoor), maar het kan ook worden veroorzaakt door onvoldoende kennis van verkeersregels en -tekens. Het is vaak al lang geleden dat men rijexamen heeft gedaan en inmiddels zijn verkeersregels veranderd en is het verkeer aanzienlijk drukker en gecompliceerder geworden. Hiervoor zijn lessen, voorlichting, begeleiding en controle nodig. Een keer per jaar wordt hiervoor een evenement georganiseerd. Dit wordt gesubsidieerd door het regionaal platform verkeersveiligheid.
Aanbevelingen vanuit het project Ouderenproof
|
Vervoersplan afgestemd op totale verkeersaanbod
Gem .Verordening Rijnstreekhopper /flexibel aanbod Via Bouwbesluit
Wordt al gedaan Actie 34 |
6 MeerjarenWerkplan en financiële dekking
6.1 Financiële dekking
De gemeenteraad heeft bij de besluitvorming over de kadernota 2005 in augustus besloten om een structureel bedrag van € 80.000,- beschikbaar te stellen voor de uitvoering van dit seniorenbeleid.
De verdeling over de diverse acties heeft nog niet helemaal uitgewerkt plaatsgevonden. Bij de geraamde kosten zijn nog veel p.m. posten opgenomen. Voor de raming van de kosten is bij deze acties eerst nader onderzoek nodig. In het vervolg na vaststelling van deze sniorennota zal het werkplan verder worden uitgewerkt.
6.2 MeerjarenWerkplan
Hieronder volgt een meerjaren werkplan. Jaarlijks wordt uit dit meerjarenoverzicht een jaarplan opgesteld, in overleg met relevante partijen. Het jaarplan zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Om te weten of de doelstellingen behaald zijn is het nodig om toetsingscriteria op te stellen per onderdeel. De projectgroep Senioren zal worden gevraagd om per actiepunt de toetsingscriteria te formuleren om te kunnen toetsen of het doel wordt gehaald.
| Thema: | Doel/actie | Trekker c.q. uitvoerder | Geraamde
kosten |
Wanneer: |
| Welzijn | Verbeteren van de informatie en advies
functie |
|||
|
1 |
|
Gem/AMWZ
|
p.m. |
Afgerond
eind 2005 |
|
2 |
|
Gem/AMWZ
Projectgroep Senioren |
€ 3.000,-
|
Start eind 2004 |
|
3 |
|
Gem/AMWZ
Projectgroep Senioren |
€ 10.000,- |
2005 |
|
4 |
|
Gem
Communicatie |
€ 1.000,- |
1e in 2005 –
e.v. |
|
5 |
|
Projectgroep
Senioren |
N.v.t. |
2005 |
|
6 |
met als doel verbeteren van informatie- voorziening/voorlichting |
Projectgroep
Senioren
|
€ 2.000,-
|
Jaarlijks rond dag voor ouderen in nov. |
|
7 |
|
Projectgroep Senioren
|
n.v.t. |
2005 e.v. |
|
8 |
met gebruik maken van bestaande activiteiten op dit terrein |
St. Welzijn
Projectgroep Senioren
|
Binnen taken St. Welzijn |
2005
|
|
9 |
|
Gem/AMWZ |
N.v.t. |
2006 e.v. |
| Thema: | Doel/actie | Trekker c.q. uitvoerder | Geraamde
kosten |
Wanneer: |
| Vraaggericht dienstenpakket |
|
|||
|
10 |
|
Gem/AMWZ |
p.m. |
Volgend WMO |
|
11 |
|
Gem/AMWZ |
p.m. |
Lopend
|
|
12 |
Onderzoek vangnetfunctie voor doelgroepen die niet in staat zijn zelf diensten in te huren; risicogroepen/
opeenstapeling van extra kosten |
Gem/AMWZ
|
p.m. |
Lopende WMO traject |
| Stimuleren van activiteiten overdag
|
|
|||
|
13 |
|
Projectgroep
Senioren
|
n.v.t. |
2005 e.v. |
|
14 |
|
sportraad |
Binnen gem. subsidie |
2005 e.v. |
| Stimuleren en ondersteunen vrijwilligers
werk door senioren |
|
|||
|
15 |
|
St. Welzijn |
Binnen huidige subsidie |
2005 e.v. |
| Zorg | Bevorderen samenwerking lokale zorg
aanbieders |
|||
|
16 |
|
Gem/AMWZ |
n.v.t. |
lopend |
|
17 |
|
Gem/AMWZ |
n.v.t. |
lopend |
|
18 |
|
Gem/AMWZ |
n.v.t. |
Lopend
Overleg bij knelpunten |
|
19 |
|
Gem/AMWZ |
n.v.t. |
doorlopend |
|
|
Stimuleren en ondersteunen mantelzorg | |||
|
20 |
uitgevoerd door St. Thuiszorg Gr. Rijnland |
Gem/AMWZ
|
Binnen huidige subs | lopend |
|
|
Zorgen voor voorzieningen voor mensen met een functiebeperking |
|
||
|
21 |
|
Gem/AMWZ
|
p.m. |
Participerend op wet WMO |
|
Wonen |
Voldoende gevarieerd aanbod geschikte huisvesting voor senioren |
|
||
|
22 |
|
Gem/RO
Projectgroep Senioren |
|
actiepunt van de Woonvisie 2004 |
|
23 |
|
Gem/RO | uitwerking Woonvisie 2004 | |
| Thema: | Doel/actie | Trekker c.q. uitvoerder | Geraamde
kosten |
Wanneer: |
|
24 |
|
Gem/RO | uitwerking Woonvisie 2004 | |
|
25 |
|
Gem/RO | uitwerking Woonvisie 2004 | |
|
26 |
|
Gem/RO | actiepunt uit Woonvisie 2004 | |
|
27 |
|
Gem/RO | actiepunt in Woonvisie | |
|
28 |
|
Gem/RO | Om de drie jaar in stadspeiling | |
|
|
Verbeteren leefbaarheid en veiligheid van wijken | |||
|
29 |
|
Afdeling Verkeer en Vervoer | Binnen beschikbare budget | lopend |
|
30 |
|
Service punt
ISV OSO/ Project groep S |
Binnen beschikbare
budget |
Indien van toepassing |
|
31 |
Voorlichting, cursussen, spreekuren |
Politie
Projectgroep S |
Binnen beschikbare
budget |
Lopend |
|
32 |
|
Afdeling Verkeer en Vervoer | Binnen beschikbare budget | Lopend |
|
33 |
|
Projectgroep
Senioren |
n.v.t. |
|
| 34 |
|
Gemeente | Budget voor | Gepland |
| Inspraak | ||||
|
35 |
|
Projectgroep
Senioren |
€ 1.000,- |
Eind 2004
begin 2005 |
| Amwz – gemeentelijke afdeling Arbeid, Maatschappelijke dienstverlening, Welzijn en Zorg
RO - gemeentelijke afdeling Ruimtelijke ordening Wmo - gemeentelijke projectgroep Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) |
||||
Bijlage 1 Overzicht bestaande activiteiten
| onderwerp | 0rganisatie
|
Omschrijving activiteit | Financiering |
| Welzijns-
activiteiten |
Onder deze basisbehoefte worden vier functies onderscheiden: informatie en advies; bemiddeling en coördinatie; voorlichting en begeleiding. | ||
| Participatie in de omringende samenleving | Lokaal loket: Zorgwijzer | Zorgloket en uitvoering Wet Voorzieningen Gehandicapten | Gemeente |
| Steunpunt Mantelzorg, St. Thuiszorg Groot Rijnland | Lokaal loket: donderdagmiddag spreekuur op het stadhuis . Schriftelijk voorlichtingsmateriaal is aanwezig. Telefonische vragen zijn op elke werkdag te stellen. Huisbezoeken, Voorlichtingsbijeenkomsten. Persoonlijke advisering. | Gemeente | |
| Digitale informatie | Www.alphenaandenrijn.nl; Www.kenniscentrumouderen.nl
Www.nizw.nl; Www.fnao.nl (allochtonen) Www.senior.nl (service); Www.vrijwilligers55plus.nl |
||
| Ondersteuning | Om in de basisbehoefte aan ondersteuning te voorzien worden de volgende functies onderscheiden: maaltijdvoorziening; hand- en spandiensten; was- en linnenservice, pedicure, bewegingsactiviteiten, ontmoeting en recreatie, educatie. | ||
| Stichting Welzijn Aanvraag via Zorgwijzer | Maaltijdverstrekking: Tafeltje Dekje. Gemeente subsidieert maaltijd, deelnemers betalen daarnaast een inkomensafhankelijke bijdrage (circa € 3,70 tot € 4,75 per maaltijd). | Gemeente/deelnemers | |
| St Thuiszorg Groot Rijnland | Maaltijdvoorziening | Eigen bijdrage | |
| Verzorgingshui-zen | Open tafel in o.a. Wielewaal, Driehoorne, Westerhove Groepsgericht aanbod van maaltijden | ||
| Boodschappen-dienst | Door verschillende winkelketens | Eigen bijdrage | |
| Klussendienst Werk aan Huis | Activeringsproject van St. Welzijn. Bij ouderen worden kleine klusjes uitgevoerd. | Provincie en Gemeente | |
| Thuishulp ouderen en gehandicapten | Coördinatiepunt voor vrijwillige hulp aan zelfstandig wonende ouderen en gehandicapten. | ||
| Stichting Vrijwilligers Oudshoorn Rijnoord – VOR | Extra zorg en aandacht voor de bewoners van Oudshoorn | ||
| Stichting Thuiszorg Groot Rijnland
Servicediensten |
Audicien aan huis, Kapper aan huis, Kleding aan huis
Opticien aan huis, Pedicure, Pruiken en haarwerken aan huis Schoenen aan huis, Stoelmassage, Voetreflexzone- therapie Overgangsconsulenten, Thuiszorgwinkels, Maaltijden aan huis, Personenalarmering, Wassen en strijken Servicepakket valt niet binnen AWBZ |
Via lidmaatschap van Thuiszorg Groot Rijnland. Eigen bijdrage aan dienstverlener | |
| Stichting Thuiszorg Groot Rijnland
Diverse cursussen |
Cursussen voor ouderen b.v. Beter omgaan met geheugen,
EHBO voor ouderen, yoga 50 + |
Een eigen bijdrage. Zorg & Zekerheid geeft soms een vergoeding. | |
| Sportspectrum | Zwembad De Hoorn en zwembad De Thermen o.a. ook :”meer bewegen voor ouderen”. In de Rijnstreekhal “55+ sportieve activiteiten”. | Eigen bijdrage |
| onderwerp | Organisatie
|
Omschrijving activiteit | Financiering |
| div. sport verenigingen | Tennis, golf, jeu de boules, roeien, fietsen, wandelen, bowlen, gymnastiek, kanoën. Sommige verenigingen bieden ook sportieve activiteiten met instuifkarakter aan waar ook ouderen gebruik van kunnen maken. | Eigen bijdrage | |
| Diverse
Culturele instellingen |
In en rond Alphen aan den Rijn worden vele cultuur uitvoeringen aangeboden in grote diversiteit en aantal. Dit geldt zowel voor actieve en passieve cultuur. Ook wordt nog al eens het vervoer van en naar het evenement georganiseerd. | Eigen bijdrage | |
| Activiteiten-centra voor ouderen | o.a. origami, sjoelen, zang, aquarelleren, schaken, klaverjassen, gym, yoga, internetcafé
Driehoorne, Westerhove, De Wielewaal, Rijnzate |
||
| Welzijnsvereni-ging Halfje Wit | Activiteiten voor ouderen Biljarten, creatief cursus voor dames, visclub voor senioren, bingo, straatfeest | Gemeente | |
| Buurtcentrum Elckerlyc | Activiteiten voor ouderen Klaverjassen, bingo, computercursus, dammen, gezellig rond de bar | Gemeente | |
| Wijkvereniging De Pioneer | Activiteiten voor ouderen Computerclub, klaverjassen, ouderen inloopmiddagen en -avonden, biljarten, creativiteitsclub, scrabble | Gemeente | |
| Buurtcentrum De Ridder | Activiteiten voor ouderen Bingo, koersbal voor 55+, bridge, klaverjassen, scrabbelen dansen | Gemeente | |
| Bibliotheek | Boek-aan-huisservice (vrijwilliger brengt boeken thuis), collectie grote letterboeken, gesproken boeken, uitleen van leesbrillen voor mensen die hun bril vergeten . Voorlezen aan licht dementerenden in Rijnzate. Met Gouda e.a. leeskringen ontwikkelen.,cursus “Kennismaken met de computer” voor 55+ | Gemeente | |
| Ouderen complexen | Wisselcollectie boeken aanwezig. Collectie wisselt 2x per jaar; Noorderbrink, Oudshoorn, Rijnzate,
St. Joseph, Westerhove en Zuidervaart |
Gemeente | |
| Steunpunt Vrijwilligers van Stichting Welzijn | Steunpunt vrijwilligers, Vacaturebank Vrijwilligers. Het vrijwilligerswerk wordt gestimuleerd met extra aandacht door o.a. de vrijwilliger van het jaar | Gemeente | |
| Persoonlijke veiligheid en geborgenheid | |||
| Politie, brandweer en GGD
|
“Veiligheidswijzer”. Dit boekje komt om de anderhalf jaar uit en geeft informatie over aspecten van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van de verschillende diensten. | ||
| Gemeente | In de gemeentegids worden bij “crisiswijzer” vele instanties en dienstverleningen vermeld, die belangrijk zijn voor de veiligheid en leefbaarheid. | ||
| politie | De politie biedt informatie en geeft desgevraagd advies aan inwoners over beveiliging woningen, veiligheid in huis en over de “meterkastkaart”. | ||
| politie | Brochure “senioren en veiligheid” | ||
| St. Welzijn | Personenalarmering: Indicatie via Zorgwijzer. Stichting Welzijn is uitvoerende organisatie. | ||
| Stichting Welzijn | Telefooncirkels Groep oudere alleenstaanden belt elkaar elke dag even | gemeente | |
| gemeente | De sector Groen en Wijkbeheer onderhoudt met zo’n 3000 vrijwilligers (ruim eenderde 55+) het openbaar groen. | gemeente |
| onderwerp | organisatie | Omschrijving activiteit | Financiering |
| gemeente | Individuele klachten of suggesties ten aanzien van leefbaarheid en veiligheid kunnen gemeld worden bij de gemeente. Ze worden behandeld via een Melding Afhandeling Systeem en krijgen binnen drie dagen antwoord. | gemeente | |
| Zorgaanbod | |||
| Verpleeghuis Oudshoorn | Reactiveringscentrum..Fusie met Rijnlandziekenhuis | ||
| Thuiszorg Groot Rijnland: | o.a. huishoudelijke verzorging, gespecialiseerde verzorging en verpleging, dagverzorging | ||
| Rijnstreek
hopper |
Aanvullend openbaar vervoer. Rijdt op bestelling
Wvg-geïndiceerden krijgen korting op de ritprijs |
Provincie en gemeente en eigen bijdrage | |
| Stichting Thuiszorg Groot Rijnland | Vanaf januari 2004. Preventieve gezondheidscontrole voor mensen vanaf 60 jaar met als doel gezondheid en welzijnsproblematiek vroegtijdig te signaleren, gezondheidsinzicht te bevorderen en het realiseren van toename van het zelfmanagement hierin. | ||
|
|
Aanbod voor nieuwkomers
Signaleren en beperken van problemen risicogroep, gerichte advisering . In inburgeringcursus worden gezondheidsaspecten meegenomen. |
||
| ISV: wijkgericht werken | Verminderen van de gevolgen van sociaal economische gezondheidsverschillen Schoon, heel en veilig.
Verbeterplan sociale cohesie. Verschillende activiteiten worden met bewoners samen georganiseerd in Groene Dorp, Zeeheldenbuurt, Edelstenenbuurt, Planetenbuurt, Stromenbuurt. B.v.: gemeenschappelijk schoonmaken van de wijk, instellen van wijkcommissies, (jeugd)buurtbeheer, plantenbakken bij voordeur, overlast van hondenpoep verminderen, bloembollenactie |
||
| Maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen | Inmiddels heeft het Open Venster al een jaar een beroepskracht. Er worden plannen ontwikkeld voor een nieuwe accommodatie voor dak- en thuislozen aan de Ambonstraat. | ||
| Verslavingszorg | Regionaal alcoholmatigingscampagne | ||
| Meldpunt vang net en advies | Meldpunt voor bewoners of instanties die zich zorgen maken om burgers. Coördinatie voor hulp. | ||
| Wonen | |||
| Serviceflat Driehoorne
|
Te huur zijn één-, twee-, tweeënhalf- en driekamerappartementen. In het gebouw zijn aanwezig: dienstencentrum, bibliotheek, biljarts, twee logeerkamers, supermarkt, pedicure, kapsalon, fysiotherapeut en bezinningsruimte. | ||
| St. Zorgkompas | Zorgcentrum St. Joseph, moet worden gemoderniseerd; wordt op dti moment voorbereid en gepland | ||
| Stichting Zorgkompas | Zorgcentrum Rijnzate en wonenCentraal gaan een woonzorgcomplex realiseren. | ||
| Stichting
Zorgkompas |
Zorgcentrum Zuidervaart , Tijdelijke bouw (tot 2010) | ||
| De Wielewaal | complex ouderenwoningen 65 + | ||
| Serviceflat Hof van Alphen | Complex ouderenwoningen | ||
| Wooncentrum Noorderbrink | Aanleunwoningen | ||
| Westerhove | Complex ouderenwoningen 65+ | ||
| Ouderencomplex Argostraat | Ouderenwoningen 55+ Zwammerdam
|
||
| Dokter van der Windhof 6-22 | Aarlanderveen | ||
| Woon-zorg-zones | In ontwikkeling in Nieuwe Sloot |
Bijlage 2 Project Ouderenproof: procesbeschrijving inspraak senioren
Fase 1: Informatiebijeenkomst
Op 8 september 2003 startte project Ouderenproof met een informatiebijeenkomst. Hierbij waren ruim 120 ouderen aanwezig. Er werd een convenant (zie bijlage) ondertekend door de gemeente Alphen aan den Rijn, de provincie Zuid-Holland en Stichting Welzijn. Gekozen is voor vijf thema’s, verder uit te werken: Wonen, Welzijn, Participatie, Zorg en Dienstverlening.
Fase 2: Project Ouderenproof
Het project dat in oktober 2003 startte, bestond uit de lokale initiatiefgroep, de lokale klankbordgroep en vijf themawerkgroepen. De lokale initiatiefgroep functioneerde als trekker van het project en bestond uit drie gemeente- ambtenaren, drie leden van de ouderenbonden en de Stichting Welzijn. De klanbordgroep bestond uit vertegenwoordigers van lokale instellingen. De vijf themawerkgroepen bestonden elk uit 8-12 ouderen vanaf 55 jaar. In deze themawerkgroepen werd gedurende 5/6 bijeenkomsten gesproken over de thema`s Wonen, Welzijn en Participatie, Zorg en Dienstverlening. De deelnemers van de klankbordgroep deden hetzelfde vanuit hun professie. Van alle bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Alle themawerkgroepen hebben een deelrapportage opgesteld (zij bijlagen), die vervolgens zijn opgenomen in de eindrapportage van het project Ouderenproof.
Fase 3 Toetsing van bevindingen bij (toekomstige) senioren
Op basis van de concept eindrapportage is in mei 2004 aan de hand van een vragenlijst een telefonische enquête gehouden om een achttal aanbevelingen te toetsen bij een groep van 600 senioren.
Fase 4: Presentatie eindrapportage ouderenproof
Met de presentatie van de definitieve eindrapportage op 21 juni 2004 werd het project ouderenproof afgesloten. Zoals aangegeven in het convenant vormt deze eindrapportage een belangrijke rol voor de dit jaar nog vast te stellen integrale nota seniorenbeleid van de gemeente.
In een aparte bijlagenbundel bij deze nota is de informatie gebundeld die tijdens het project Ouderenproof verzameld is:
- de verslagen van de vijf themawerkgroepen;
- de verslagen van de discussiebijeenkomsten met de klankbordgroep;
- het verslag van het onderzoek naar allochtonen.
Bijlage 3 Wettelijk kader, begrippenlijst, en schriftelijke bronnen
3.1 Wettelijk kader
De ontwikkelingen van het seniorenbeleid op gemeentelijk niveau vinden plaats vanuit verschillende lokale verantwoordelijkheden en bevoegdheden die zijn vastgelegd in verscheidene wetten. Hieronder worden de verschillende wetten kort beschreven.
De gemeente vormt in de keten van openbaar bestuur het lokaal bestuur. Haar verantwoordelijkheid is verankerd in de Gemeentewet. Op grond van onderstaand wettelijk kader heeft de gemeente formele taken op het terrein van welzijn, volksgezondheid en zorg, wonen, arbeid en inkomensverdeling en het bestrijden van discriminatie van mensen met een beperking. Op lokaal niveau is de gemeente regisseur.
De Welzijnswet
Op grond van de Welzijnswet uit 1994 is het welzijnsbeleid gedecentraliseerd en is het grootste deel van de rijksgelden voor welzijn overgebracht naar de algemene uitkering aan gemeenten. Hierdoor is de gemeente ook verantwoordelijk voor de uitvoering van een deel van het flankerend ouderenbeleid en worden (aanvullende) zorg en dienstverlening aan ouderen gefinancierd.
De gemeente vervult een regisserende en sturende rol bij het ontwikkelen van een visie op de lokale sociale problematiek en het lokaal sociaal beleid. Zij zijn verantwoordelijk voor het op lokaal niveau realiseren van kwalitatief goede en voldoende voorzieningen. Een goed welzijnsbeleid vermindert de zorgvraag of stelt de zorgvraag uit.
De Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (Wcpv)
Bij de invoering van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid is de gemeente verantwoordelijk voor een preventief gezondheidsbeleid voor alle inwoners. De gemeente kan kaders stellen vanuit haar verantwoordelijkheid om gezondheidsbeleid te formuleren in een nota lokaal volksgezondheid.
De Wet Voorzieningen Gehandicapten (Wvg)
Op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten is de gemeente verantwoordelijk voor het Wvg beleid en de uitvoering.
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is een verplichte volksverzekering tegen bijzondere ziektekosten. Op basis van deze wet is de gemeente verantwoordelijk voor de indicatiestelling door het Regionaal Indicatie Orgaan. Dit zal echter per 2005 weer een taak worden van de centrale overheid. De opzet van de modernisering van de AWBZ (1-4-2003) is om over te gaan van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde werkwijze. Hiervoor is het Persoonsgebonden Budget (PGB) ingesteld, waarbij de zorgvrager de beschikking krijgt over een budget en zelf zorg kan inkopen. Ook door een functiegerichte wijze van indiceren, zal meer bij de vraag worden aangesloten.
De Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken (WGBH/ CZ)
De Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken draagt de gemeente op om een actief antidiscriminatiebeleid te voeren op allerlei levensterreinen.
3.2 Voorlopige begrippenlijst*
* In het werkplan is opgenomen dat deze begrippenlijst door de projectgroep Senioren zal worden aangepast.
- Aangepaste woning. Een woning die speciaal wordt aangepast i.v.m.een handicap van de bewoner.
q Aanpasbare woning. Een gewone woning die niet op voorhand is aangepast en bestemd voor mindervaliden, maar die zodanig ontworpen is dat latere aanpassingen op eenvoudige en daardoor relatief goedkope wijze kunnen plaatsvinden wanneer de bewoner mindervalide raakt.
q Decentralisatie. Spreiding van bestuurlijke bevoegdheden over een aantal lagere instanties.
q Deconcentratie. Is gericht op integratie in de samenleving van specifieke groepen, zoals mensen met een verstandelijke handicap in kleinschalige woonvormen in wijken en buurten. Bij deconcentratie splitst een zorginstelling zich in kleinere eenheden, verspreid over een bepaald grondgebied (bijvoorbeeld een gemeente).
q Domotica. Is de verzamelnaam voor alle technische voorzieningen die de bewoners van een woning zorg uit handen nemen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om technische voorzieningen, binnen de woning via een centrale computer aan elkaar te koppelen. Ouderen en gehandicapten kunnen met domotica langer zelfstandig blijven wonen.
q Extramuraal. Ook wel “open” is de zorg buiten de muren van residentiële instellingen.
q Extramuralisering. Heeft betrekking op het streven om buiten de muren van een intramurale AWBZ-instelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning.
q Integraal ouderenbeleid. Beleid dat is gericht op het tot stand brengen van een samenhangend patroon van voorzieningen en regelingen voor ouderen, afgestemd op de individuele wensen, noden, behoeften en mogelijkheden, dat voor hen optimaal toegankelijk is en dat hen daardoor in staat stelt zelfstandig en op volwaardige wijze deel te nemen aan de samenleving (Bertels, 1994).
q Intramuraal. Ook wel “gesloten” is alles binnen de muren van een tehuis of inrichting, waar ouderen huisvesting en verzorging ontvangen. Bedoeld worden de zogenaamde residentiële instellingen zoals bejaardenoorden en verpleeghuizen.
q Levensloopbestendige woningen. Een woning die rolstoelgeschikt is gebouwd of geschikt is voor bedverpleging. In een levensloopbestendige woning is voldoende ruimte beschikbaar voor intensieve zorg en kunnen er extra voorzieningen eenvoudig aangebracht worden. Er worden eisen gesteld aan toegankelijkheid, veiligheid, gebruiksgemak, zorgverlening in de wijk en woonomgeving.
q Mantelzorg. Ook wel informele zorg: verwijst naar de zorg gegeven door anderen dan professionals, c.q. betaalde beroepsbeoefenaren. Kenmerkend voor deze vorm van zorgverlening is dat de zorgrelatie niet de enige relatie is tussen zorgvrager en zorgverlener en dat de zorgverlening plaats vindt op basis van wederkerigheid.
q Meer-generatiewoning. Een woning voor de ouder(s) gecombineerd met een woning voor de kinderen met hun gezin.
q Regiovisie. Een instrument waarmee de behoefte aan voorzieningen op het terrein van wonen, zorg en welzijn van ouderen in kaart kan worden gebracht.
q Seniorenwoning. Een woning met de noodzakelijke vertrekken, woonkamer, één slaapkamer, keuken en badkamer op de begane grond.
q Serviceflat. Een flat, meestal in hogere prijsklassen, waarin extra diensten worden aangeboden en waar soms de mogelijkheid bestaat om voor een bepaalde tijd verzorgd te worden.
q Verpleeghuis. woonruimte voor verpleegbehoevende ouderen.
q Verzorging en verpleging. Het bieden van geplande en niet planbare lichamelijke verzorging en verpleging. Ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen.
q Woonservicezone. Het concept woonservicezone is breed van opzet. Binnen een bestaande wijk vormen de groepen die hierboven genoemd zijn niet de exclusieve populatie, integendeel zelfs. De wijk is er voor alle burgers en moet aantrekkelijk zijn voor iedereen. Dus zowel voor degenen met behoefte aan een verhoogd niveau van preventie en dienstverlening zoals jonge gezinnen en nog vitale ouderen. Maar ook jongeren moeten hun plek in de wijk hebben en het gevoel hebben er welkom te zijn. Voorzieningen moeten dus op de behoeften van alle wijkbewoners worden afgestemd; jong of oud, met of zonder beperkingen.
q Woonzorgarrangementen. Combinatie van diensten op het gebied van wonen, zorg en welzijn, die zowel in een intramurale als in een extramurale omgeving wordt geleverd.
q Woonzorgcomplex. Het woonzorgcomplex biedt de bewoner autonomie en woonkwaliteit binnen de muren van het complex. De zorg wordt extern betrokken op basis van een indicatie. Daarnaast maken de beheerder van het complex en de zorgaanbieder vaak afspraken over extra faciliteiten (zoals een huismeester, een slaapwacht en restaurantvoorziening c.q. activiteitenruimte), die doorberekend worden in de servicekosten.
q Woonzorgzone. De woonzorgzone integreert een woonzorgcomplex met andere kleinschalige voorzieningen in de wijk. De woonzorgzone wordt gekenmerkt door een combinatie van een wijkcentrum, kleine zorgpunten, aanpasbare en aangepaste woningen en een barrièrevrij woonmilieu. Bedoeling is dat er een gelijkwaardig alternatief ontstaat voor groepen die nu nog overwegend intramuraal gehuisvest zijn zoals verzorging en verpleeghuis geïntimeerden, verstandelijk en lichamelijk gehandicapten en kwetsbare, chronische psychiatrische patiënten. Het gaat eigenlijk om een vorm van aanleunen op afstand en daarom is er ook een ICT gestuurde communicatiestructuur noodzakelijk.
3.3 Overzicht gebruikte schriftelijke bronnen
- Bouwstenen voor een integraal Ouderenbeleid, opgesteld door de CDA werkgroep ouderenbeleid, Alphen aan den Rijn, december 2003
- De vraag naar wonen, zorg en welzijn van ouderen in de regio Zuid-Holland Noord. Leiden, augustus 2002.
- Eindverslagen vanuit het project Ouderenproof, Alphen aan den Rijn, 2004
- ‘Flash! Elke dag in actie’ in Zuid-Holland Noord.Meerjarenprogramma bewegingsstimulering 2004-2006. Een uitgave van de GGD Zuid-Holland Noord, januari 2004.
- Gemeente en Zorg. Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zoetermeer, 2003.
- Is uw gemeente Ouderenproof? Thema’s. Een uitgave van de provincie Zuid-Holland, februari 2003.
- Leefbaarheid Rijnstreek. Strategische notitie/eindrapportage. Opdrachtgever: het Rijnstreekberaad. Rotterdam 2004.
- Leiden voor alle leeftijden. Nota integraal ouderenbeleid 2003-2006. Leiden, december 2003.
- Onderzoek Ouderenbeleid, de integratie van Wonen, Zorg en Welzijn in de Nederlandse gemeenten. Onderzoek gedaan in kader van afsluiting opleiding Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht, 2003.
- Productenboek Welzijnsdiensten voor de regio Zuid-Holland Noord..Opgesteld in opdracht van de Regionale Commissie gezondheidszorg (RCG) in Zuid-Holland, Leiden, 2004 ?
- Regiovisie Zuid-Holland Noord 2002-2006. Opgesteld in opdracht van de Regionale Commissie gezondheidszorg (RCG) in Zuid-Holland, Leiden, april 2002.
- Stadspeiling 2002. Gemeente Alphen aan den Rijn, 2003
- Statistisch Jaaroverzicht. Gemeente Alphen aan den Rijn, 2003.
- Nota ouderenbeleid van het OSO, Alphen aan den Rijn, 2000
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 25 november 2004, nr 2004/138.
De griffier,
Voeg commentaar toe november 25th, 2004